3 of 4 maanden na de Tour du Mont Blanc had ik weer zin en wilde ik meer hiken. Alleen een klein probleempje, niemand om me heen die wilde, of geld had hiervoor. Dus ik besloot voor het eerst solo te gaan, in de winter, naar het Lake District in Engeland. En alles wat zo’n beetje fout kon gaan ging fout.
Heenreis speedrun
De nacht ervoor had ik maar 2 uur geslapen, ik weet niet waarom ik mezelf dat aandeed, misschien de zenuwen. Maar om half 9 zat ik al in de trein richting Schiphol en om 12 uur was ik in Engeland. Daarna begon de race: met de taxi naar Prudhoe (vreemde naam), daarna trein naar Carlisle, trein naar Penrith, daar snel een gasbrander en water kopen en wachten op een bus waarvan ik niet eens zeker wist of die zou komen. Hij kwam, de laatste rit naar een dorpje genaamd Keswick. De scenery onderweg was heel mooi.
Tegen vijf uur stond ik op het startpunt van mijn “geplande” hike en toen besefte ik me iets. Het begon al donker te worden. Ik had beter gewoon een dagje Newcastle kunnen plannen en een dag later pas kunnen beginnen.
Nu je toch aan het lezen bent
Laat je mail achter, dan hoor je het wanneer er een nieuwe post beschikbaar is. Meer niet. Ik ga je niks verkopen (voor nu).
Top. Check je inbox.
Er ging iets mis, probeer opnieuw.
Nou ja gewoon lopen. Ik liep langs een mooi meer en na een uurtje moest mijn hoofdlampje al aan. En ik ga eerlijk zijn, ik was heel bang. Op een gegeven moment had ik ook geen internet meer en wist ik compleet niet meer waar ik was. Ik kon amper iets zien en liep constant de verkeerde kant op. Ik had echt een hele erge en irrationele angst voor moordenaars. Het hielp ook niet dat ik langs en verlaten huis liep, ik denk dat ik te veel horror films heb gekeken.

Uiteindelijk vond ik een plekje voor mijn tent, naast een hoopje stenen. Het opzetten was een drama, het was pikdonker en ik was he- le- maal kapot. Maar ik had tenminste plek om te liggen. Ik legde nog stenen op de haringen als extra support alsof dat iets ging doen.
Ik had ook nog een fout gemaakt, ik had de scheerlijnen niet opgezet. Mijn tent zat de hele nacht te wiebelen en te klapperen, waar ik continu wakker van werd. Ze zeggen dat je van fouten leert maar ik heb voor nu genoeg geleerd op mijn eerste dag.
Hoop komt terug
De volgende ochtend werd ik wakker en opeens had ik er weer zin in. Als je zo een mooi uitzicht hebt en een bakje koffie dan vergat je alle struggles weer. Ik pakte in en kwam erachter dat mijn GoPro-lens kapot was, daar ging mijn vlog. Mijn schoenen waren ook bevroren. Snel doorlopen want anders bleven mijn schoenen koud.

Rond 10 uur stond ik weer op de trail. En een uur later stond ik op de eerste hoge piek. Vanaf daar kon ik de berg zien die ik later deze hike wilde beklimmen: Helvellyn. Ik heb hier een halfuurtje geluncht en ging daarna een grote afdaling doen. Bij afdalen hou ik ervan om snel te gaan en niet op te letten, dus ik schoot meerdere keren langs bochten. Oeps.
Eenmaal beneden moest ik stuk over een supergrote dijk lopen. Iets later zag ik een cafébus, het zag er schattig uit maar ik sloeg het over. Want wat heb ik aan dure koffie, daar heb ik al genoeg van gezien in Amsterdam. Ik ging 300 meter verderop op een bankje zitten en ik zag een oma die net naar het cafeetje ging. Ik vroeg of het lekker was. zij zei dat het “really delicious” was, dus ik dacht we halen gewoon wat. Een cappuccino en een lekker plakje cake van een gezellig stel, lekkerste wat ik had gegeten tot nu toe.

Die oma stelde me ook allemaal vragen vervolgens over wat ik hier doe en wat ik studeer. Dit soort momenten van contact vind ik wel het leukste op mijn trip. Maar niet te lang zitten en niks doen, want ik wilde nog aan Helvellyn beginnen. Het plan was om vandaag nog de berg te gaan sumitten, maar dat ging hem al niet worden. Het werd al laat. Ik begon met Helvellyn en onderweg omhoog zag ik het land achter me steeds kleiner worden. Het leger trainde hier ook trouwens, dus het werd al gauw normaal dat ik straaljagers langs zag vliegen.
Om 5 uur zag ik de mooiste rots op aarde en ik wou daar heel graag mijn tent tegenaan zetten. Mijn tent ging daardoor wel scheef staan, maar dat maakte niet zo veel uit. Dit keer wel scheerlijnen gebruikt. Tijdens het avondeten wou ik een blik tonijn eten, maar mijn tonijn was bevroren. De rest van de avond heb ik niks gedaan behalve op mijn telefoon zitten. Niks van waarde, gebeld met een vriend. En rustig gaan slapen.
Helvellyn
Ik dacht dat de naam Helvellyn iets te maken had met de Hell maar dat was niet. Weer dezelfde routine, koffie, havermout en heel veel mensen die me passeerden terwijl ik wakker werd. Awkward.
Om half 10 had ik alles ingepakt en ging ik pushen naar de summit, via de Thirlmere route. Wel een van de makkelijkste routes maar alsnog een pittige wandeling in de winter. Onderweg zag ik ook interessante ijsformaties, komt volgensmij door de wind, vocht en kou.

Ik deed m’n microspikes aan en ging door, wil niet uitglijden. Sommige momenten ging ik ook echt heel erg schuin omhoog en stak ik mijn hiking stokken in de sneeuw alsof het ijsbijlen waren.
Opeens zat ik boven de wolken. Het steilste deel zat er op en het was hier wat drukker. 3 Britse guys vroegen of ik een foto van ze wilde maken, waarna er eentje riep “just three British wankers taking a photo”. Wel meer random dan grappig.
Op de top van de berg zat iedereen te eten. Ik ging er ook bij zitten met mijn noedels. Er stonden gelukkig muren om ons af te schermen van de wind. Wat me wel opviel is dat Britten echt altijd vragen hebben. Vooral door mijn grote tas, aangezien niemand hier kampeert in de winter. Voor me gevoel viel ik ook demografisch op want ik ben een 20-jarige Nederlander die Tunesisch is. Ik paste sowieso niet in dat oude witte Brit plaatje.

Na de lunch was het zo dichtbewolkt dat ik niet verder dan een meter of 10 kon kijken. Ik schoot weer een paar keer het pad voorbij en nam de verkeerde route naar beneden. Toen ik net begon met afdalen kwam ik een groepje Somalische meisjes van mijn leeftijd tegen die een dag hike deden. Ze vroegen me hoe lang het nog naar boven was ik zei 5 minuten en dat het mooi was daarboven. Wat ook een kleine leugen was van mijn kant want je zag dus precies niks door de mist. Ik vond het wel leuk dat ik mensen zag in de bergen die op mij leken. En vrouwen ook nog. Ik ben gelukkig niet de enige die opvalt.
De zuurste avond
Hoe lager ik kwam, hoe minder sneeuw, en hoe meer schapen. Wat te merken was door hun uitwerpselen op het pad.
Rond 4 uur was ik kapot en moest ik een slaapplek zoeken, mijn internet was al de hele dag slecht dus ik wou graag slapen op een plek met een beetje oké verbinding. Er was nog steeds een hele dichte mist en ik kwam een grote sloot tegen. Ik was ruim een uur aan het kloten om een plek te vinden. Eindstand, alsnog geen internet.
Onderweg stapte ik ook met mijn linkerbeen in een diepe modderpoel. Heel mijn been was onder de modder, helemaal doorweekt in bruine troep. Echt verschrikkelijk.

In mijn tent wilde ik een beetje water opwarmen met mijn gasbrander om mezelf op te warmen en ook mijn broek. Maar, gasbrander leeg. Dus geen eten, geen warmte. Helemaal genaaid. Ik vroor me ook nog eens dood, ik moest hierdoor ook mijn emergency blanket gebruiken om me warm te houden.
Maar als je de hele avond zulke zure gedachtes hebt, ga je zelf terugverlangen naar comfort.
Ik wil niet zeggen dat ik elk excuus gebruikte om terug naar een dorp te gaan en een hotel te nemen. Maar ik had geen keus, het nieuwe plan werd morgen naar Windermere gaan. Resupplyen en in een bed slapen.
De hele avond hoorde ik ook nog rare geluiden die me bang maakten, dus ik leidde mezelf af door bevroren honing te eten en Minecraft te spelen op mijn PS Vita.
Terug naar comfort
Het bleken schapen te zijn, leuke manier om wakker te worden. Maar ik was kapot. En gemotiveerd. Want ik wist dat er een warm bed op me zat te wachten aan het einde van de dag.
Eenmaal onderweg zag ik een paar kinderen de berg op gaan en wenste ze succes. Blijkbaar is dit gewoon normaal als je hier in de buurt woont. In Nederland kunnen we ons dat helaas niet voorstellen.
‘s middags ik de autoweg en de bewoonde wereld in zicht komen en de hoop schoot door de lucht. Langs de weg liep ik langs wat restaurants en ik voelde me eerlijk gezegd best eenzaam. Ik kreeg ook een paar vreemde blikken, maar goed ik zag er niet uit.

In de bus naar Windermere raakte ik aan de praat met een Britse man met een hond. Hij zag mijn sleeping pad en hij vroeg me of ik daar op sliep. Ik zei “yup” en we hadden gewoon een gesprek over hiken. Aan het eind van het gesprek vroeg hij mijn naam. Ik zei Seif, en hij zei ‘stay safe’ -_-.
In Windermere moest ik snel naar de supermarkt voordat die dichtging: pindakaas, jam en bagels gehaald. Vervolgens ben ik gaan inchecken, heerlijk douchen. ‘s Avonds had ik Grieks gegeten, in die tent zat er ook een dronken Griek continu te schreeuwen. Ik vroeg of ik takeaway mocht en ik heb rustig genoten van mijn eten in mijn hotelkamer, die Griekse guy won.
De rest van de avond was ik aan het plannen en een ding wat vaststond was sowieso dat ik terug de bergen in ging. Ik had mijn ogen op een plekje genaamd Priest’s Hole. Een grot waar je kon kamperen met zieke views. Iets leuks voor de laatste avond in de bergen. Morgen een nieuwe gasbrander kopen en een spork. Want die was ik ook opeens kwijt.
Priest’s Hole
De ochtend begon met shoppen. Souvenirs voor mijn familie, een sticker voor op de powerbank van een vriend die hij uitleende aan mij voor deze trip. Plus de eerder besproken gascanister en spork. Daarna de bus genomen en om 10 uur was ik weer op de trailhead.
Ik had de goede moed helemaal terug Langs de koeien en schapen, met muziek in m'n oren.
Ik voelde me oprecht heerlijk. Het Engelse landschap zag er zo mooi en herkenbaar uit met de stenen muurtjes die kilometerslang zijn. Echt bizar dit ooit allemaal gesjouwd is. De sneeuw bevond zich weer langzamerhand onder mijn voeten, wat een teken was dat ik steeds hoger ging.

Er was op een gegeven moment ook een deel waar ik echt omhoog moest klimmen, zonder klimgear en een rugzak van 13 kilo op mijn rug. Het is dat het maar 3 meter muur was, ik gooide mijn hiking stokken omhoog en klom erachteraan. Heel dom als ik er zo op terug denk, dit had veel anders kunnen eindigen. Maar ja wat moest ik doen? Teruglopen?
Op een gegeven moment kwam ik op een heel lang vlak stuk, niet erg zou je denken. Maar ik was iets vergeten. Ik had niet op tijd mijn waterfles of filter opgevuld en op heel dit vlakke deel was er geen stroompje water te vinden. Ik liep misschien echt een uur met een uitgedroogde bek. ik dacht er onderweg over na om misschien sneeuw te smelten in mijn mijn kook pot maar dat ging te lang duren.
Onderweg kwam ik een man en vrouw tegen die een hele lange route liepen, het was 2 uur ‘s middags en ze waren nog lang niet klaar dus ik wenste ze nog veel succes. Tijdens de smalltalk wou ik ze stiekem vragen of ik water van ze mocht krijgen maar ik liet ze met rust.
Inmiddels stond ik op de eerste summit, Hart Crag en ik zag Helvellyn in de verte. Alsof ik een oude rivaal zag, hij leek vanaf hier nog groter en enger. Nog altijd gek om te beseffen dat ik daar was.
Vervolgens een beetje afdalen en naar Priest’s Hole gaan, onderweg naar beneden zag ik eindelijk een miezerig stroompje water, waar echt veel aarde in mee ging maar dat maakte niet uit. Waterfilter loste dat wel op. Ik dronk alsof ik al jaren niks gedronken had.
Tijdens het afdalen had ik echt geen zin om mijn microspikes aan te doen. Want ik moest dan heel mijn tas afdoen en erin gaan zoeken. Maar op een gegeven moment was ik echt bijna 3 keer op mijn muil gegaan en ik gleed zelfs van de berg af. Ik besloot ze toch aan te doen, ik weet ook niet waarom ik met mijn leven speel.
Het was 15:30 en ik begon de Priest’s Hole te naderen. Eenmaal aangekomen besefte ik me wel wat, het uitzicht was ziek. De grot zelf, wat minder. De grot was achtergelaten met plastic tassen vol vuilnis van andere mensen, kant en klare hamburgers, brood etc. gewoon achtergelaten. Hierdoor werd ik ook een beetje bang door ratten en muizen, maar ik besefte me gauw dat die gewoon in een winterslaap zaten.

Ik zat zelf alles rustig op te zetten, en wou mijn water aan de kook zetten. Maar daarna ging alles grandioos fout.
Mijn gasbrander viel om door de wind en er schoot een steekvlam in mijn tent. Ik keek naar links en voor echt een halve seconde zat er een soort van vuurbal in mijn tent, waar ik ook zelf in zat. Mijn eerste instinct was om dat ding te pakken en weg te gooien. Dus ik gooide hem per ongeluk een stukje van de berg af. Ik liep iets naar beneden en gooide er water op want hij zat nog steeds vuur te spuwen. Maar in het proces glipte mijn fles uit mijn handen en viel een hele grote afstand naar beneden.
Ik mocht dus een heel stuk afdalen om mijn fles te halen en op te vullen. Want bij de Priest’s Hole zelf was natuurlijk geen waterstroom. Daar was ik dus meer dan een uur mee bezig, echt de zuurste shit van mijn trip. Ook zaten er allemaal gaten in m’n tent door de brand, maar gelukkig niets ergs, achteraf heb ik dat allemaal gefixt.
Als ik er nu op terug kijk is dit eigenlijk best wel eng. Er gaan jaarlijks meerdere mensen dood in het Lake District, en in 2016 overleed er exact hier een man van 50. Hij had jaren ervaring, de juiste klimuitrusting en hij reisde in een groep van 8 man. Ik was daarentegen alleen, zonder iets van technische gear. En misschien 1 trip aan ervaring.
In de avond had ik nog lekker gegeten, wat leuke foto’s gemaakt en ik sliep al rond 9 uur. In de verte kon ik ook een witte gloed zien van lichtvervuiling, wel vet op zich.
De laatste etappe
Ik werd om half 7 's ochtends wakker, met extreem erge motivatie. Ik weet niet wat het is, maar als ik weet dat ik terug in de beschaving ga zijn en ga slapen in een normaal bed dan wil ik zo vroeg mogelijk beginnen. Het was 's ochtends nog donker en de mooie zonsopgang mooie me tegemoet. Niet het meest extreme maar een beetje een lavalucht met wolken en witte bergtoppen.

Na het genieten had ik gewoon mijn spullen gepakt, en nog een bagel met pindakaas en jam opgegeten op een richel. Om half 9 liep ik dezelfde route terug, dus ik wist dat er lang geen water ging zijn en ik had daarop gerekend. Daarom had ik wat extra water mee voor dat vlakke deel. Ik kwam vervolgens ook op die delen waar ik de dag ervoor op moest klimmen. Dit keer had ik m'n hiking stokken naar beneden gegooid en klom ik rustig naar beneden. Ik speelde echt met m'n leven als ik erop terugkijk.
Tegen 11 uur was ik beneden in het dorpje Ambleside. Gelijk naar de winkel gegaan voor wat Jammy Dodgers (lekkerste koekjes in Engeland btw), en daarna weer dat riedeltje van het begin van deze reis: bus naar Penrith, rennen door de stad voor de aansluiting (google maps klopte niet, een buschauffeur hielp me aan de juiste bus), Carlisle, trein naar Newcastle. Naar de lakes gaan zonder auto is niet voor de weak.

Wat ik wel opmerkelijk vond was dat ik er echt positief door verrast was. Want er is niet echt een reden om zo veel te investeren in een busnetwerk wat amper gebruikt wordt. Heel de rit zat ik lekker met muziek in m'n oren te genieten van het landschap waar ik de afgelopen dagen mee bezig was het te leren kennen.
Een nieuwe vriend
Eenmaal aangekomen in Newcastle kreeg ik weer allerlei rare blikken, ben er at this point aan gewend geraakt. Eenmaal bij mijn hostel aangekomen moest ik nog extra betalen voor iets, vreemd maar ja.
Eenmaal in mijn gedeelde slaapkamer raakte ik aan de praat met een jongen die er al zat, genaamd Ogez. Ik vroeg aan hem of hij al had gegeten. Hij zei van niet. Ik vroeg of hij goeie plekken kende, hij zei ja dus ik vroeg of hij samen wou eten, en hij zei ja. Ik vind het leuk hoe snel dit soort dingen gaan.
Zijn verhaal was trouwens ook echt bizar. Hij is helemaal geen reiziger, hij woont in Engeland. Hij woont in Luton maar studeerde in Newcastle, en omdat hij maar 2 dagen per week les had, boekte hij in plaats van op kamers gaan gewoon een hostel. Elke week. 2 nachten. De mensen achter de balie kenden hem ook goed alsof hij hier woonde. Echt insane en slim.
We gingen Japans eten en ik bestelde per ongeluk een iets te grote portie, beetje awkward dus takeaway. Daarna gaf hij me gewoon een complete tour in Newcastle, hij toonde mij zijn campus. We hadden tijdens het lopen ook best veel gepraat, we deelden ook best veel interesses. Hij studeerde ook iets in de technische richting. We waren allebei into dezelfde games. Heel leuk.
Eenmaal terug in het hostel spraken we nog een beetje tot het 23 uur werd wat betekent dat je een beetje stiller moet zijn. Op een gegeven moment kwam er ook een oude man die bij ons ging slapen. Hij ging vervolgens midden in de kamer staan en trok zijn broek en onderbroek uit. Zo wordt je toch gewoon random geflashed op je vakantie. Om 23:45 kwam er nog heel asociaal iemand binnen, en die guy ging meteen snurken, echt perfect.
Naar huis
De volgende ochtend nam ik afscheid van Ogez, hij ging terug naar Luton en ik moest tijd doden tot mijn vlucht in de avond.
De tijd ging voorbij en op een gegeven moment was ik op het vliegveld, ik moest mijn tas wegen maar daar had je een muntje voor nodig. Een aardige man van Indiase afkomst zag mij en gaf me een muntje. Hij bleek ook op dezelfde vlucht te zitten dus ik besloot hem een Pringles als bedankje te geven op het vliegtuig. Maar hij bleef weigeren en wilde echt niet. Dan zit je daar met je Pringles-bus.
Anyway. Aangekomen op Schiphol was mijn telefoon helemaal leeg. En al mijn powerbanks waren leeg, dus ik vroeg een willekeurige guy of hij er eentje had en hij zei ja. Perfect. Ik had de bus Pringles nog en ik gaf die aan hem. Hij wou hem gelukkig wel hebben, cirkel rond.
Verplichte reflectie
Nu voor het reflectiedeel, als ik dit zo terug lees zou ik oprecht denken wat een idioot. Ook dat ik echt met mijn leven aan het spelen was. Heel veel van wat fout had kunnen gaan ging fout. Ik had oprecht best veel ongeluk op deze trip, maar dat weerhoudt mij niet om naar de positieve dingen te kijken die ik heb gehad op deze trip. Mijn eerste solo reis en solo hike bood me echt een nieuw inzicht op reizen in het algemeen. Ik leerde zo veel mensen kennen, ik sprak zo veel nieuwe mensen en ik vond dat echt heel erg nice. Als je reist met vrienden komen dit soort gesprekken en mogelijkheden gewoon nooit aan te pas wat ook wel jammer is.